Dit schooljaar zijn 156.300 studenten gestart met een mbo-opleiding. Dat zijn er 1.400 minder dan een jaar eerder, blijkt uit cijfers waar de MBO Raad naar verwijst. De brancheorganisatie noemt de trend al langer zorgelijk: de vraag naar praktisch geschoolde mensen groeit, maar de instroom blijft achter.
Tekorten in vitale beroepen liggen op de loer
Voorzitter Adnan Tekin van de MBO Raad waarschuwt dat tekorten zich op meerdere plekken tegelijk kunnen gaan opstapelen. Het gaat niet alleen om zorg en ict, maar ook om beroepen die direct zichtbaar zijn in het dagelijks leven, zoals ov-chauffeurs en beveiligers. “Zonder deze mensen loopt ons land vast,” is de boodschap die hij bij de cijfers afgeeft.
De daling is ook terug te zien in specifieke opleidingen. Zo noemt de MBO Raad dat het aantal studenten dat kiest voor een opleiding richting buschauffeur sterk is afgenomen: van 100 naar 44. Daarnaast kozen 192 studenten minder voor de opleiding tot beveiliger. Als deze ontwikkeling doorzet, kan dat volgens de sector leiden tot grotere knelpunten in onder meer het openbaar vervoer en de beveiliging.
Ook in de retail kan de krapte toenemen. Denk aan supermarkten die nu al regelmatig met personeelstekorten te maken hebben, zeker op piekmomenten en in regio’s waar de arbeidsmarkt extra krap is. De MBO Raad wijst daarnaast op beroepen rond infrastructuur, zoals monteurs die glasvezel aanleggen: functies die belangrijk zijn voor de verdere digitalisering van Nederland.
Demografie en imago spelen mee
Volgens Tekin is een deel van de verklaring demografisch: er zijn in de afgelopen jaren simpelweg minder kinderen geboren, waardoor er nu minder jongeren instromen in het onderwijs. Tegelijkertijd speelt het beeld dat “hoger” onderwijs beter zou zijn dan het mbo nog steeds mee. De MBO Raad pleit ervoor om het mbo nadrukkelijker neer te zetten als een volwaardige route naar een vak en een baan.
Waardering gaat volgens de sector ook over praktische randvoorwaarden. Zo wordt al langer gewezen op verschillen in stagevergoedingen en de beschikbaarheid van stageplekken. Als stages onvoldoende aantrekkelijk zijn of lastig te vinden, kan dat jongeren ontmoedigen om voor bepaalde richtingen te kiezen.
Techniek groeit licht, maar gat blijft groot
Tegenover de dalende instroom staat wel een kleine plus in technische mbo-opleidingen. Het aantal studenten dat voor techniek kiest groeide naar ongeveer 20.000, een stijging van 0,4 procent. Dat is positief, omdat deze groep hard nodig is voor onder meer woningbouw, onderhoud aan energie-infrastructuur en de energietransitie.
Toch blijft de uitdaging groot. De MBO Raad wijst op een fors tekort aan technisch personeel, dat wordt geschat op 70.000 tot 80.000 mensen. Met een lichte groei alleen is dat gat niet snel gedicht. De sector benadrukt daarom dat het aantrekkelijker maken van mbo-routes, stages en doorstroommogelijkheden essentieel is om tekorten in meerdere sectoren tegelijk te beperken.
In het onlangs gepresenteerde coalitieakkoord staat onder meer het voornemen om een verplichte stagevergoeding wettelijk vast te leggen. Ook wordt gesproken over extra geld voor onderwijs dat kan oplopen tot 1,5 miljard euro. De MBO Raad hoopt dat dit helpt om het mbo sterker te positioneren en de instroom te stabiliseren.
Reageren