Het geboortecijfer daalt wereldwijd en steeds meer landen kampen met een krimpende bevolking. In China probeert de overheid nu ouders te stimuleren tot gezinsuitbreiding door een jaarlijkse toeslag van 430 euro per kind aan te bieden. Dit bedrag ontvangen ouders gedurende de eerste drie levensjaren van hun kind, wat neerkomt op een totaalbedrag van ongeveer 1300 euro.

Volgens China-correspondent Roland Smid zijn deze maatregelen echter onvoldoende om daadwerkelijk verschil te maken. "Het is een druppel op een gloeiende plaat. Willen ze het geboortecijfer echt verhogen, dan zijn er forsere subsidies nodig. Maar die lijken voorlopig onhaalbaar vanwege de hoge kosten voor de overheid." Naast financiële ondersteuning zijn er ook voorstellen voor belastingkortingen, maar tot nu toe hebben deze inspanningen weinig effect.

De kosten voor het opvoeden van een kind zijn in China uitzonderlijk hoog in verhouding tot het gemiddelde inkomen. Onderzoek toont aan dat ouders tot wel 65.000 euro kwijt zijn om een kind tot 17 jaar op te voeden. Ter vergelijking: stedelijke gezinnen beschikken gemiddeld over een besteedbaar jaarinkomen van 6500 euro, terwijl inwoners van dorpen zelfs met 2800 euro per jaar rond moeten komen.

Jarenlang voerde China het strenge éénkindbeleid om overbevolking te voorkomen. Met de economische groei en veranderende demografische verhoudingen werd het beleid in 2016 versoepeld. Toch blijft het geboortecijfer laag: gemiddeld krijgen vrouwen in China slechts 1,15 kinderen. Om de bevolkingsomvang op peil te houden, zou dat aantal minimaal 2 moeten zijn.

Ook in Europa worstelen overheden met vergelijkbare vraagstukken rondom vergrijzing en bevolkingsafname. Verschillende landen onderzoeken alternatieven zoals hogere kinderbijslag, gunstige belastingregelingen en betere combinatie van werk en gezin. Toch blijkt het wereldwijd een grote uitdaging om gezinnen te motiveren voor meer kinderen.