De tien warmste jaren die in Nederland zijn gemeten, vallen inmiddels allemaal binnen deze eeuw. Volgens het KNMI blijft de opwarming doorgaan, terwijl de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen opnieuw een recordhoogte heeft bereikt.

Hoewel 2025 in Nederland geen nieuw temperatuurrecord opleverde, laat het jaar wél zien dat de trend richting een warmer klimaat doorzet. In het jaarlijkse KNMI-rapport De Staat van ons Klimaat staat dat met 2025 erbij de top tien warmste jaren ooit gemeten nu volledig in deze eeuw ligt.

Snelle opwarming zichtbaar in cijfers

Het KNMI becijfert dat Nederland in de periode 2000 tot en met 2025 gemiddeld ongeveer 1 graad Celsius warmer is geworden. Daarnaast telde 2025 opvallend veel zachte dagen: in geen enkel jaar sinds het begin van de metingen kwamen er zoveel dagen voor met 15 graden of meer. Het ging om 207 dagen.

De Bilt geldt vaak als belangrijke referentielocatie voor landelijke temperatuurcijfers. Daar kwam de gemiddelde temperatuur in 2025 uit op 11,4 graden. Daarmee staat 2025 op de zesde plek in de ranglijst van warmste jaren sinds het begin van de metingen.

Wereldwijde uitstoot blijft stijgen

Het KNMI wijst ook op de internationale kant van het verhaal: de wereldgemiddelde temperatuur ligt inmiddels rond 1,4 graad boven het niveau van rond 1900. De afgelopen drie jaar lagen zelfs boven 1,5 graad, al wordt voor klimaatdoelen vooral naar de langjarige trend gekeken. In het rapport staat dat, als de huidige temperatuurtrend doorzet, de 1,5 graad al rond 2029 bereikt kan worden.

Tegelijkertijd is de oorzaak van die opwarming niet verdwenen: de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen bereikte vorig jaar opnieuw een recordhoogte, aldus het KNMI. In die context merkt het instituut op dat het Klimaatakkoord van Parijs steeds moeilijker haalbaar wordt en dat het klimaat blijft veranderen, waardoor ook voor Nederland nieuwe risico’s in beeld komen.

In het rapport wordt daarnaast gekeken naar uitstoot per land en per persoon. China blijft volgens het KNMI de grootste uitstoter, ook wanneer rekening wordt gehouden met goederen die daar worden geproduceerd voor andere landen. Verder signaleert het KNMI dat de CO2-uitstoot per persoon in de Europese Unie nog altijd boven het wereldwijde gemiddelde ligt.

Meer zon, minder wind en groeiend risico op natuurbranden

Ook in seizoenscijfers zijn veranderingen terug te zien. De gemiddelde zomertemperatuur lag in 2025 op 18,5 graden. Dat is tegenwoordig niet uitzonderlijk: het KNMI stelt dat zo’n zomer nu ongeveer eens per twee jaar voorkomt. In historisch perspectief is dat verschil groot, omdat dezelfde waarde in koelere periodes veel zeldzamer was.

Verder was 2025 een zonnig jaar. Dat had effect op zonne-energie: de opwek lag 27 procent hoger dan een jaar eerder. Volgens het KNMI komt dat niet alleen door de groei van het aantal zonnepanelen, maar ook door een toename van de gemiddelde zonnestraling. Het instituut noemt een jaargemiddelde zonnestraling van 137 watt per vierkante meter, wat neerkomt op ongeveer 1200 kWh per vierkante meter per jaar.

Tegelijkertijd was het in Nederland én in grote delen van Europa juist minder winderig dan normaal. Minder wind betekent ook minder windenergie: windturbines leveren bij lagere windsnelheden relatief snel veel minder stroom. Ondanks extra geplaatste molens was er daardoor in 2025 maar beperkte groei in de windopwek, omdat het jaar volgens het KNMI relatief windarm was.

Het KNMI verwijst in bredere Europese context ook naar natuurbranden in Zuid-Europa, waar ongeveer een miljoen hectare land is verwoest. Het instituut koppelt dit aan extreme hitte en droogte en benadrukt dat de kans op natuurbranden ook in Nederland snel toeneemt.

Bron: RTL