In Nederland worden veel snijbloemen geïmporteerd uit landen buiten de Europese Unie, onder meer uit Afrika en Zuid-Amerika. Bij die import gelden wel fytosanitaire eisen (bloemen moeten vrij zijn van schadelijke organismen), maar behandelingen in het land van herkomst vallen niet onder het toezicht van de NVWA. Daardoor kunnen mensen en milieu in Nederland alsnog met residuen in aanraking komen.
Wat is onderzocht
BuRO kocht in de winter van 2023-2024 en de zomer van 2024 op meerdere plekken in Nederland rozen en liet die analyseren: in totaal 177 monsters. Die uitkomsten zijn gebruikt voor een risicobeoordeling, met steun van verkennend onderzoek door het RIVM.
Het RIVM meldt dat op de onderzochte rozen 103 verschillende stoffen zijn gevonden. Voor de meeste stoffen kon een gezondheidskundige grenswaarde worden bepaald, waarmee een eerste inschatting is gemaakt van mogelijke blootstelling bij werkenden en consumenten. Het RIVM benadrukt dat het om een eerste verkenning gaat en dat vervolgonderzoek nodig is om het risico preciezer vast te stellen.
Wie loopt mogelijk risico
Volgens BuRO is er mogelijk een gezondheidsrisico voor mensen die beroepsmatig met geïmporteerde rozen werken, zoals bloemisten, veilingmedewerkers, importeurs en inspecteurs, vooral als zij geen persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken. Ook mét bedekte armen/benen en handschoenen kan een risico niet volledig worden uitgesloten, omdat stoffen via de huid kunnen binnendringen.
Het RIVM schat op basis van de steekproef dat bij werkenden zelfs met bedekte armen/benen en handschoenen de blootstelling aan ongeveer 5% van de gevonden stoffen boven de gezondheidskundige grenswaarde kan uitkomen; zonder beschermende kleding zou dat voor ongeveer 20% van de stoffen gelden.
Voor consumenten is de blootstelling doorgaans lager. De verwachting is dat de meeste aangetroffen residuen geen gezondheidsrisico opleveren, maar een risico is niet helemaal uit te sluiten. BuRO en de NVWA wijzen daarnaast nadrukkelijk op het niet eten van rozenblaadjes van rozen die niet voor consumptie zijn geteeld, omdat dat wél tot gezondheidsrisico’s kan leiden, met name bij kleine kinderen.
Milieurisico en oproep over afval
BuRO signaleert mogelijke risico’s voor bodemorganismen en bijen wanneer afval van geïmporteerde rozen via gft/compost in de leefomgeving terechtkomt. Ook noemt BuRO het risico op ontwikkeling van schimmelresistentie tegen azolen als dergelijke residuen in het groenafval belanden. Daarom luidt het advies: bloemenafval van importrozen (en andere snijbloemen van buiten de EU) liever via het restafval afvoeren.
De NVWA zegt de risicobeoordeling te gebruiken voor haar toezichtstrategie en kondigt onder meer een risico-inventarisatie (RI&E) aan voor eigen inspecteurs en keuringsdiensten. Ook wil de NVWA met het Voedingscentrum in gesprek over consumentenvoorlichting.
Een belangrijk punt in de managementreactie: er zijn in de EU wél regels voor residuen op voedselgewassen, maar op dit moment geen maximum residulimieten (MRL’s) voor bestrijdingsmiddelen op sierteeltproducten zoals snijbloemen. BuRO adviseert daarom om de aanwezigheid van residuen op geïmporteerde rozen en andere snijbloemen te reguleren.
Reageren