Nederland krijgt de laatste decennia vaker zonnig weer, en dat is terug te zien in metingen van zonneschijnduur en zonnestraling. Belangrijke verklaringen zijn schonere lucht, subtiele veranderingen in bewolking en vaker weerpatronen die minder wolken opleveren.

In Nederland is zon nooit een vanzelfsprekendheid geweest, maar het beeld verandert wel. Het KNMI ziet al sinds de jaren tachtig een duidelijke stijging in de hoeveelheid zonneschijn én de zonnestraling die het aardoppervlak bereikt. Dat is niet omdat de zon “krachtiger” is gaan schijnen, maar omdat de omstandigheden in de atmosfeer veranderen.

2025 is daar een recent voorbeeld van. Volgens het KNMI was 2025 in Nederland een zeer zonnig jaar, met landelijk rond de 2124 zonuren, waarmee het op één na zonnigst uit de metingen komt. Tegelijk was 2025 ook een warm jaar: het KNMI plaatst het in de top van warmste jaren sinds het begin van de waarnemingen, al zonder nieuw record te zetten.

Schonere lucht laat meer zonlicht door

Een van de belangrijkste oorzaken hangt letterlijk in de lucht: de luchtkwaliteit is verbeterd. Door strengere milieuregels en schonere technologie zijn er in Europa (en dus ook boven Nederland) minder aerosolen en vervuilende deeltjes in de atmosfeer. Zulke deeltjes kunnen zonlicht deels weerkaatsen of absorberen, waardoor er minder zonnestraling de grond bereikt. Als die “waas” dunner wordt, meten we aan de grond meer zonnestraling.

Het KNMI koppelt die schonere lucht ook aan minder mist en beter zicht. Met minder aerosolen zijn er minder condensatiekiemen beschikbaar, waardoor misturen afnemen en het aantal uren met goed zicht juist toeneemt. Dat gaat vaak samen met meer geregistreerde zonneschijn.

Belangrijk detail: schonere lucht is vooral goed nieuws voor de gezondheid, maar in klimaatopzicht zit er een paradox. Aerosolen hebben namelijk ook een koelend effect, doordat ze zonlicht terug de ruimte in helpen kaatsen en wolken gemiddeld reflecterender kunnen maken. Als die afkoelende “rem” kleiner wordt, kan de opwarming door broeikasgassen sterker zichtbaar worden.

Minder wolken, drogere lucht en vaker hogedruk

Naast luchtkwaliteit spelen weerpatronen en bewolking een rol. Het KNMI wijst erop dat de zonnestraling in Nederland tegenwoordig gemiddeld flink hoger ligt dan rond 1980, en dat veranderingen in bewolking daar aan bijdragen. Onderzoek laat zien dat wolken niet simpelweg “meer of minder” zijn; ze kunnen ook dunner worden, waardoor ze minder zonlicht tegenhouden.

Ook de rol van drogere lucht wordt genoemd. In jaren en periodes met lagere relatieve luchtvochtigheid is er doorgaans meer zonneschijn. Een verklaring is dat er in deze eeuw in het zomerhalfjaar relatief vaak hogedrukgebieden voorkomen, die zorgen voor minder wolken en drogere lucht. Dat effect is niet elk jaar even sterk, maar het past wel bij het beeld dat zonnige en droge omstandigheden geregeld samen oplopen.

Het is daarbij goed om te benadrukken dat klimaatverandering niet betekent dat koude periodes verdwijnen. Weer blijft schommelen: ook in een opwarmend klimaat kunnen we nog weken met kou, wind en bewolking krijgen. Het gaat vooral om de trend over langere tijd.

Wat merken we ervan in dagelijks leven?

Meer zon heeft duidelijke gevolgen. Extra zonnestraling kan in de lente en zomer leiden tot hogere temperaturen aan de grond en meer verdamping. In combinatie met perioden met weinig neerslag vergroot dat de kans op droge fases en neerslagtekorten. Het KNMI beschreef 2025 bijvoorbeeld als zonnig én warm, met omstandigheden die verdamping en droogte kunnen versterken.

Tegelijk biedt meer zon ook kansen, bijvoorbeeld voor zonne-energie. Maar het vraagt ook aanpassing: denk aan waterbeheer, landbouw, natuur en hittemaatregelen in steden. Onderzoekers volgen daarom niet alleen hoeveel zon we krijgen, maar ook hoe bewolking, luchtkwaliteit en grootschalige circulatiepatronen zich verder ontwikkelen.