Gepensioneerden bij meerdere grote pensioenfondsen krijgen in 2026 een hogere uitkering, omdat de financiële positie van fondsen de afgelopen periode is verbeterd. Bij ABP gaat het om 2,84 procent per 1 januari, terwijl PFZW door de overstap naar het nieuwe pensioenstelsel uitkomt op een stijging van rond de 12 procent.
Veel gepensioneerden gaan er dit jaar financieel op vooruit door pensioenverhogingen bij grote fondsen. Fondsen kijken daarbij naar hun financiële positie en naar de ruimte die de regels bieden om pensioenen te verhogen. Een belangrijke graadmeter is de dekkingsgraad: die laat zien hoe het vermogen van een fonds zich verhoudt tot de verplichtingen voor huidige en toekomstige uitkeringen. Als die dekkingsgraad boven de 100 procent ligt, betekent dat dat het fonds op dat moment, volgens de rekenregels, voldoende vermogen heeft om de verplichtingen te dekken.
Wie krijgt hoeveel erbij
Bij ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland, worden pensioenen per 1 januari 2026 verhoogd met 2,84 procent (afgerond 2,8 procent). De verhoging geldt niet alleen voor mensen die al met pensioen zijn, maar ook voor deelnemers die nog opbouwen en voor mensen met een opgebouwd pensioen dat nog niet is ingegaan.
Ook bij metaalfonds PME stijgen de pensioenen per 1 januari 2026 met ongeveer 2,8 procent. Het fonds koppelt de verhoging aan de financiële ruimte die er is, maar benadrukt tegelijk dat de omgeving onzeker kan zijn. In de praktijk betekent dit dat deelnemers en gepensioneerden in elk geval met een hogere uitkering of hogere opgebouwde aanspraak het jaar starten.
PFZW: grotere stap door nieuw pensioenstelsel
Bij PFZW (Zorg & Welzijn) ligt het percentage veel hoger: het fonds gaat uit van een stijging van ongeveer 12 procent. Dit heeft te maken met de overstap naar het vernieuwde pensioenstelsel. In dat stelsel verandert de manier waarop pensioen wordt opgebouwd en verdeeld. Waar eerder het totale vermogen in één gezamenlijke “pot” zat, wordt het pensioen meer zichtbaar gemaakt in persoonlijke pensioenvermogens binnen het fonds.
Door die overgang kunnen fondsen met kleinere buffers werken dan in het oude stelsel. Daardoor ontstaat er ruimte om een deel van de eerder aangehouden reserves uit te keren via hogere pensioenen. PFZW heeft daarbij aangegeven dat de uitkomst per persoon kan verschillen en dat deelnemers later bericht krijgen over de definitieve berekening. De verhoging wordt niet altijd direct op 1 januari zichtbaar in de maandelijkse betaling, omdat de omzetting en controle tijd kosten.
Onrust op beurzen, focus op voorspelbaarheid
Hoewel de uitgangspositie bij meerdere fondsen stevig is, noemen fondsen ook risico’s. Bewegingen op financiële markten kunnen groot zijn, bijvoorbeeld door internationale onzekerheid en ontwikkelingen rond handelstarieven. PME wijst er in dat verband op dat stabiliteit niet vanzelfsprekend is en dat het voor fondsen lastig kan zijn om te voorspellen hoe de komende periode uitpakt. Tegelijk is het doel om deelnemers houvast te geven: een verhoging waar het kan, met aandacht voor de schommelingen die bij beleggen horen.
Reageren