Mensen die geestelijke gezondheidszorg nodig hebben, moesten in 2025 vaker en langer wachten dan een jaar eerder. Volgens een gezamenlijke analyse van belangenorganisatie MIND en het AVROTROS-programma Radar is zowel het aantal wachtenden als de gemiddelde wachttijd opnieuw gestegen. De analyse is gebaseerd op het dashboard ‘Zicht op zorgaanbieders’ van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).
Meer dan 100.000 wachtplekken in oktober 2025
In oktober 2025 ging het om 101.134 wachtplekken. Daarvan wachtten 65.091 mensen langer dan de maximale wachttijd van 14 weken die in de sector als norm geldt. Gemiddeld duurde het 24 weken voordat iemand hulp kreeg. Ten opzichte van 2024 is dat een toename van drie weken.
In het bericht wordt gesproken over ‘wachtplekken’. Dat begrip wordt gebruikt omdat één persoon in de praktijk soms op meerdere wachtlijsten kan staan. Daardoor kan het aantal ‘wachtenden’ hoger lijken dan het aantal unieke mensen dat daadwerkelijk wacht op zorg.
Niet alleen de behandeling laat op zich wachten. Ook de tijd tot een eerste intakegesprek ligt volgens de analyse gemiddeld op 14 weken. Dat is fors langer dan de norm van vier weken. MIND waarschuwt dat mensen in die periode onzeker kunnen zijn of ze wel op de juiste plek staan en dat klachten tijdens het wachten kunnen verergeren.
Langste wachttijden bij specialistische ggz
Vooral mensen met zwaardere of complexere problematiek zouden het langst moeten wachten. Het gaat daarbij om specialistische ggz: zorg voor mensen met ernstige of ingewikkelde hulpvragen. Als voorbeeld noemt de analyse dat mensen die wachten op behandeling voor persoonlijkheidsstoornissen gemiddeld 32 weken wachttijd hebben.
De NZa wees er eerder op dat de zogeheten Treeknormen voor de ggz op twee momenten gelden: maximaal vier weken tot aanmelding/intake en maximaal tien weken tot aanvang van behandeling. In de praktijk worden die termijnen in veel regio’s en bij veel diagnosegroepen overschreden. Dat onderstreept volgens de toezichthouder dat de druk op de ggz hoog blijft en dat partijen afspraken moeten maken om de toegang te verbeteren.
Discussie over nieuwe monitor en verantwoordelijkheden
Opvallend is dat de NZa vanaf dit jaar de jaarlijkse rapportage heeft vervangen door het dashboard waarin wachttijden worden weergegeven. In de huidige opzet zijn vooral instellingen met meerdere vestigingen zichtbaar. Voor aanbieders met één vestiging worden wachttijden op basis van declaratiedata berekend, maar die cijfers zijn nog niet volledig in het dashboard verwerkt. Daardoor geeft het overzicht volgens betrokkenen nog niet het hele beeld van de sector.
MIND-directeur-bestuurder Dienke Bos pleit juist voor een duidelijke jaarlijkse analyse waarin zichtbaar wordt hoeveel mensen wachten en waar de knelpunten het grootst zijn. Zonder zo’n overzicht wordt het volgens haar lastiger om gericht te sturen, bijvoorbeeld door het zorgaanbod aan te passen of door zorgverzekeraars passende zorg in te kopen.
De NZa reageert dat de situatie onwenselijk en urgent is en dat het verkorten van wachttijden hoge prioriteit heeft, maar benadrukt ook dat het een gedeelde verantwoordelijkheid is. De toezichthouder verwacht dat zorgaanbieders en zorgverzekeraars op landelijk en regionaal niveau afspraken maken om de toegang te verbeteren. Daarbij noemt de NZa ook het belang van samenwerking met gemeenten en het sociale domein, omdat niet elke hulpvraag per se in de ggz thuishoort.
Petitie vraagt snelle politieke keuzes
MIND is daarnaast een petitie gestart onder de naam ‘Weg met de wachtlijsten: hulp kan niet wachten’. RTL Nieuws meldde dat die begin februari al door ongeveer 29.000 mensen was ondertekend. In de oproep vraagt MIND onder meer om meer behandelcapaciteit, voldoende professionals en laagdrempelige ondersteuning, en om een kritische blik op de manier waarop de ggz is georganiseerd.
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) houdt ondertussen toezicht op de aanpak van wachttijden en wijst onder meer op het belang van regionale samenwerking en duidelijke afspraken over verantwoordelijkheden wanneer iemand op een wachtlijst staat. Tegelijk erkent de inspectie dat ook bredere factoren meespelen, zoals stijgende zorgvraag en personeelstekorten.
Reageren