De Belgische Kamer heeft een wetsontwerp goedgekeurd dat het mogelijk maakt om in specifieke gevallen de Belgische nationaliteit te ontnemen na een veroordeling voor zware misdrijven. Het gaat om streng afgebakende situaties, waarbij de rechter een centrale rol krijgt en er duidelijke voorwaarden gelden.

Belgen die worden veroordeeld voor zware misdrijven zoals georganiseerde criminaliteit, levensdelicten of zedendelicten kunnen onder voorwaarden hun Belgische nationaliteit verliezen. Het wetsontwerp komt van minister van Justitie Annelies Verlinden en past binnen het bredere beleid om zwaardere criminaliteit strenger aan te pakken.

Het is nadrukkelijk geen maatregel die “automatisch” door de overheid wordt uitgevoerd. De beslissing loopt via de rechter, binnen het strafrecht, en is gekoppeld aan een veroordeling. Daarbij is het uitgangspunt dat het om uitzonderlijke gevallen gaat, met misdrijven die volgens de wetgever een fundamentele bedreiging vormen voor de samenleving.

Voorwaarden: wanneer kan nationaliteit worden ontnomen?

De mogelijkheid om nationaliteit te ontnemen is gekoppeld aan zware feiten én aan een zware straf. In de berichtgeving wordt gesproken over georganiseerde criminaliteit, levensdelicten en zedendelicten, waarbij doorgaans een gevangenisstraf van minstens vijf jaar een belangrijke drempel vormt.

Voor een deel van de gevallen geldt bovendien een tijdsvoorwaarde: het kan alleen als iemand in de jaren vóór het misdrijf Belg is geworden. In de media wordt daarbij een termijn van vijftien jaar genoemd. Het idee daarachter is dat de maatregel zich richt op recent verworven nationaliteit, niet op mensen die al hun hele leven Belg zijn.

Ook speelt in de praktijk mee dat ontneming van nationaliteit niet mag leiden tot staatloosheid. Daarom gaat het in dit soort dossiers doorgaans om mensen die naast de Belgische ook nog een andere nationaliteit hebben.

Terrorisme: rechter moet er altijd naar kijken

Bij veroordelingen voor terrorisme wordt de procedure aangescherpt. In de wettekst staat dat de rechter zich in zulke zaken ambtshalve uitspreekt over de vervallenverklaring, dus zonder dat het openbaar ministerie dit eerst apart hoeft te vorderen. Tegelijk blijft er ruimte voor een gemotiveerde uitzondering: de rechter kan besluiten om de vervallenverklaring niet uit te spreken als de gevolgen kennelijk onredelijk en onevenredig zouden zijn.

Wat verandert er concreet en wanneer?

De hervorming breidt de lijst van misdrijven uit waarbij ontneming van de Belgische nationaliteit in beeld kan komen, onder meer richting georganiseerde criminaliteit (bijvoorbeeld bij een leidinggevende of beslissende rol) en bij levens- en zedendelicten. Daarnaast wordt in de officiële toelichting ook gesproken over het verlengen van de termijn waarbinnen zo’n vordering kan spelen tot vijftien jaar.

Wanneer de regels precies ingaan, hangt af van de formele afhandeling en publicatie. In de parlementaire stukken staat dat (delen van) de wetgeving uiterlijk op 1 mei 2026 in werking moeten treden, met een datum die nog wordt vastgelegd.