De toeslagenaffaire heeft niet alleen ouders geraakt, maar ook duizenden jongeren structureel benadeeld. Dat staat in het rapport Het is niet jouw (studie)schuld, dat is samengesteld op basis van een landelijk meldpunt van vijf lokale jeugdombudsmannen. Meer dan 1800 jongeren deelden hun ervaringen voor het onderzoek.
Volgens jeugdombudsman Stans Goudsmit (Rotterdam-Rijnmond) is het rapport nodig omdat de aandacht tot nu toe vooral uitging naar ouders, terwijl kinderen en jongeren vaak buiten beeld bleven. In het rapport beschrijven jongeren onder meer dat zij opgroeiden met langdurige geldzorgen, dat het gezin onder grote druk kwam te staan en dat dit invloed had op school, gezondheid en toekomstperspectief.
Goudsmit noemt het een probleem dat compensatie zich nu vooral richt op ouders en ex-partners, terwijl de gevolgen binnen gezinnen breder worden gevoeld. De jeugdombudsman wil met het rapport ook zichtbaar maken welke schulden jongeren zélf hebben opgebouwd om thuis de financiële problemen te helpen opvangen.
Studie en geldzorgen lopen door elkaar
Een van de jongeren die meewerkten aan het rapport is Chantal, nu 30 jaar. Zij vertelt dat de stress en druk in het gezin groot waren toen haar ouders gedupeerd raakten. Volgens haar leidde dat er onder meer toe dat ze “overhaast” een studie koos, zodat er studiefinanciering binnenkwam en ze haar moeder financieel kon ondersteunen. Ze volgde een voltijdsopleiding bedrijfseconomie en werkte daarnaast veel uren, omdat niet werken naar eigen zeggen geen optie was.
Chantal beschrijft ook dat haar ouders haar pinpas gebruikten om rekeningen en boodschappen te kunnen betalen, omdat er bij hen beslag lag. Ze benadrukt dat het daardoor niet gaat om “vrij kiezen” voor lenen, maar om noodzaak. Het rapport schetst een breder beeld: jongeren zouden niet alleen geleend hebben voor studie, maar ook om het gezin overeind te houden.
De jeugdombudsman wijst erop dat deze omstandigheden invloed hebben gehad op schoolloopbanen. In het rapport staat dat jongeren vaker hogere DUO-schulden opliepen, studievertraging kregen, opleidingen niet afmaakten of een ander niveau gingen volgen. Volgens Goudsmit moet dit inzichtelijk worden gemaakt en vraagt het om een reactie van de overheid.
Mentale gevolgen en wantrouwen richting overheid
Naast financiële schade beschrijft het rapport mentale gevolgen zoals chronische stress, psychische klachten, een laag zelfbeeld en gevoelens van uitzichtloosheid. Ook wordt genoemd dat jongeren het vertrouwen in de overheid kunnen verliezen en soms toeslagen mijden waar ze recht op hebben. Goudsmit waarschuwt dat wantrouwen kan doorwerken binnen gezinnen en mogelijk generaties lang effect heeft.
Chantal zegt dat haar studieschuld nog steeds zwaar weegt. Ze geeft aan dat het lastig is om bijvoorbeeld aan een koopwoning te denken en dat ze het confronterend vindt om precies te zien hoe hoog de schuld is. Tegelijk zegt ze dat ze er vooral naar streeft dat haar kinderen later niet in dezelfde positie terechtkomen.
Het rapport wordt volgens de betrokkenen aangeboden aan demissionair staatssecretaris Herstel en Toeslagen Sandra Palmen-Schlangen en demissionair minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Gouke Moes. De jeugdombudsmannen hopen op een reactie die, in hun woorden, recht doet aan jongeren: erkenning, perspectief en de mogelijkheid om studie en toekomst op te bouwen zonder opnieuw in problematische schulden te belanden.
Reageren