Uitkeringen voor mensen die vóór hun uitkering een hoog salaris verdienden, kunnen de komende jaren flink omlaaggaan. In het coalitieakkoord van de formerende partijen D66, CDA en VVD staat een maatregel die het uitkeringsplafond moet verlagen. De ingreep wordt in de financiële bijlage kort genoemd en zou volgens het plan in 2029 moeten ingaan.

De verlaging raakt niet één specifieke regeling, maar meerdere sociale verzekeringen waarbij de hoogte van de uitkering is gekoppeld aan het laatstverdiende loon. Voor de hoogste inkomens gaat het om een daling tot 926 euro bruto per maand. Op basis van UWV-gegevens zou dat bij een grote groep merkbaar worden: vorig jaar hadden ongeveer 77.500 mensen een uitkering die bij invoering van het plan met dit maximale bedrag omlaag zou gaan. Daarnaast zou voor nog eens circa 83.000 mensen de uitkering ook dalen, maar met een lager bedrag dan 926 euro bruto per maand.

Uitkeringsplafond omlaag via maximumdagloon

De maatregel draait om het verlagen van het zogenoemde maximumdagloon: het maximale dagsalaris dat meetelt voor de berekening van een uitkering. In de praktijk bepaalt dit plafond wat iemand maximaal per maand kan ontvangen via onder meer de WW en WIA.

Concreet betekent het plan dat de maximale uitkering uitkomt op 3.705,52 euro bruto per maand. Nu ligt dat plafond op 4.631,90 euro bruto per maand. Het verschil tussen die bedragen verklaart waarom de maximale daling uitkomt op 926 euro bruto per maand.

Omdat het maximumdagloon in meerdere regelingen wordt gebruikt, kan de ingreep verschillende groepen treffen. Het gaat volgens de huidige informatie om uitkeringen en verlofregelingen zoals WW, WIA, ziektewet, ouderschapsverlof, partnerverlof en adoptieverlof, voor zover de uitkering wordt begrensd door het maximumdagloon.

Zorgen bij WIA-ontvangers en langdurig zieken

De aangekondigde verlaging leidt tot zorgen bij mensen die langdurig ziek zijn en afhankelijk zijn van een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Belangenorganisatie Patiëntenfederatie hoort dat mensen zich onzeker voelen over de gevolgen voor hun financiële situatie.

In de berichtgeving wordt bijvoorbeeld het verhaal genoemd van Sander van Boxtel, een ICT’er die door een leverziekte en kanker nauwelijks kan werken. Als het plan doorgaat, zou zijn WIA-uitkering met 600 euro per maand worden gekort. Hij wijst erop dat de maatregel wordt gepresenteerd alsof alleen “de hoogste inkomens” worden geraakt, maar dat iemand die in de WIA zit juist al te maken heeft met inkomensverlies. Door zijn behandeling en ziekte noemt hij ook extra kosten, zoals reizen, parkeren en zorgkosten die niet volledig worden vergoed. Volgens hem zet dit zijn situatie verder onder druk, tot en met de noodzaak om zijn huis te verkopen.

Waarom kabinet dit wil en wat het oplevert

De formerende partijen willen het uitkeringsplafond onder meer verlagen om de instroom in de WIA terug te dringen en om sociale verzekeringen “activerender” te maken. Het idee is dat lagere uitkeringen een extra prikkel kunnen zijn om (waar mogelijk) weer aan het werk te gaan. Tegelijk roept dat bij mensen met ernstige gezondheidsproblemen de vraag op hoeveel ruimte zij in de praktijk hebben om die stap te zetten.

D66 levert in de nieuwe kabinetsploeg de minister van Sociale Zaken. Bij die partij zouden klachten binnenkomen over het verlagen van het maximumdagloon, maar de coalitiepartijen lijken vooralsnog vast te houden aan de afspraak. Als onderbouwing wordt verwezen naar een overheidsonderzoek over de WIA, waarin staat dat het verlagen van uitkeringen kan samenhangen met een positief effect op arbeidsparticipatie. In datzelfde onderzoek wordt ook gesproken over een ervaren gevoel van onrechtvaardigheid tussen hoge en lage uitkeringen; het verlagen van de hoogste uitkeringen zou dat gevoel kunnen verminderen. Financieel levert de maatregel volgens de huidige berekeningen bovendien veel op: op jaarbasis gaat het om ruim 800 miljoen euro aan besparing voor de staat.

Bronnen: NOS, Overheid.nl