De nieuwe coalitie van D66, VVD en CDA wil dat er in Europa een minimumleeftijd komt voor sociale media. In het coalitieakkoord staat dat de partijen inzetten op een “handhaafbare Europese minimumleeftijd van 15 jaar” en dat daar een privacyvriendelijke leeftijdsverificatie bij hoort. Het doel: jongeren beter beschermen tegen verslavende ontwerpen, schadelijke content en online risico’s zoals intimidatie en fraude.
De coalitie kiest nadrukkelijk voor een Europese aanpak. Volgens de partijen is dat effectiever dan wanneer elk land eigen regels maakt. Dan ontstaat er minder versnippering en staat Europa sterker richting grote techbedrijven.
Minimumleeftijd 15 jaar en privacyvriendelijke controle
In het akkoord koppelt de coalitie de minimumleeftijd aan bredere maatregelen voor een gezondere online omgeving. Denk aan strenger toezicht op grote platforms, meer transparantie over algoritmes en aanpak van ontwerpen die vooral gericht zijn op eindeloos scrollen en vasthouden van aandacht. Ook wil de coalitie dat strafbare online content sneller kan worden verwijderd na een bevel van de toezichthouder.
Belangrijk detail is de manier van controleren. De coalitie spreekt over privacyvriendelijke leeftijdsverificatie, omdat een harde leeftijdsgrens alleen werkt als platforms die ook daadwerkelijk kunnen handhaven, zonder dat jongeren (of hun ouders) meteen hun volledige identiteit overal moeten prijsgeven.
Juridische twijfel over Europese route
Toch is juist die Europese route niet vanzelfsprekend. Juristen en experts zetten vraagtekens bij de vraag of de EU überhaupt de bevoegdheid heeft om één vaste minimumleeftijd voor sociale media op te leggen. In analyses wordt erop gewezen dat dit raakt aan nationale keuzes over bescherming van minderjarigen en dat lidstaten op dit punt traditioneel veel zelf mogen bepalen.
Ook vanuit Brussel klinkt al langer dat lidstaten in principe zélf minimumleeftijden kunnen vaststellen, maar dat ze niet zomaar extra verplichtingen mogen opleggen aan platforms bovenop wat al op EU-niveau is geregeld. Daarmee ontstaat een ingewikkeld speelveld: landen willen strenger beleid, maar platforms opereren grensoverschrijdend en vallen tegelijk onder Europese digitale wetgeving.
Europese Commissie laat “alle opties open”
De discussie speelt niet alleen in Nederland. Meerdere Europese landen werken aan plannen voor een minimumleeftijd of bereiden maatregelen voor. In Frankrijk is bijvoorbeeld wetgeving besproken om toegang tot sociale media voor jongeren onder een bepaalde leeftijd te beperken. Ook Oostenrijk heeft plannen onderzocht voor een lagere leeftijdsgrens.
De Europese Commissie heeft begin februari 2026 laten weten “alle deuren open” te houden voor mogelijke EU-brede stappen. Tegelijkertijd werd benadrukt dat landen hun eigen leeftijdsgrenzen mogen bepalen, terwijl de verplichtingen voor grote platforms op EU-niveau al grotendeels zijn vastgelegd. De Commissie wil bovendien een panel van experts samenstellen dat moet adviseren of extra Europese maatregelen nodig en haalbaar zijn.
Daarnaast is het Europees Parlement al langer bezig met dit onderwerp. In november 2025 riepen Europarlementariërs op tot stevige EU-acties om minderjarigen online te beschermen, waaronder een geharmoniseerde digitale leeftijdsgrens van 16 jaar als uitgangspunt. Dat soort voorstellen zet politieke druk, maar is niet automatisch direct wetgeving.
Komt nationale wetgeving alsnog in beeld?
Als de Europese route juridisch traag of lastig blijkt, kan een nationale aanpak later alsnog op tafel komen. Ook in de huidige discussie wordt die mogelijkheid niet volledig uitgesloten. In de tussentijd wil de coalitie in Nederland al inzetten op minder schermtijd op school en een bredere aanpak van online risico’s voor jongeren.
De kern is duidelijk: de roep om ingrijpen neemt toe, maar de uitvoering is ingewikkeld. Een minimumleeftijd klinkt eenvoudig, maar vraagt om goede handhaving, privacyvriendelijke controle én heldere juridische spelregels. De komende maanden moet blijken of Nederland een kopgroep kan vormen in Europa, of dat elk land uiteindelijk toch vooral zijn eigen koers vaart.
Reageren